Terug naar hoofdinhoud

Verplichte AOV (BAZ) komt eraan

In september 2025 heeft de minister het wetsvoorstel voor de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor advies aan de Raad van State aangeboden. Deze Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) moet zorgen voor een financieel vangnet bij ziekte of een ongeval. We leggen je graag uit wat de verplichte AOV inhoudt en waarom het slim is om nu al een AOV af te sluiten.

Wat is de verplichte AOV?

De verplichte AOV is bedoeld voor alle ondernemers die door de Belastingdienst worden aangemerkt als IB-ondernemers. Dit betekent dat iedereen die winst uit onderneming opgeeft bij de inkomstenbelasting onder deze regeling valt. Meewerkende partners, directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) en resultaatgenieters vallen buiten de verplichting.

Belangrijkste kenmerken van de verplichte AOV:
  • Uitkering: 70% van de winst vóór arbeidsongeschiktheid, met een maximum van het wettelijk minimumloon.
  • Wachttijd: er geldt een eigen risicotermijn van twee jaar waarin geen uitkering wordt verstrekt.
  • Toetsing: er wordt gekeken of je nog in staat bent om minimaal het minimumloon te verdienen, ook met ander werk.
  • Duur: de verzekering loopt tot de AOW-leeftijd.
  • Kosten: de premie bedraagt circa 5,4% van de winst uit onderneming, tot maximaal ongeveer € 171 per maand, en is fiscaal aftrekbaar.

De Belastingdienst zal de premies innen en het UWV verzorgt de keuringen en uitbetalingen.

De peildatum

De peildatum is het moment waarop wordt vastgesteld of je al een AOV hebt die onder het overgangsrecht valt. Heb je voor de peildatum een eigen AOV afgesloten, dan kun je gebruikmaken van het overgangsrecht. Het overgangsrecht betekent dat je jouw bestaande AOV mag voortzetten en niet hoeft over te stappen naar de verplichte AOV, zolang jouw AOV aan de gestelde eisen voldoet.

Raad van State

Inmiddels heeft de Raad van State een advies uitgebracht. Daarin geven zij aan dat het voorstel in de huidige vorm niet of nauwelijks uitvoerbaar is. Het advies luidt dan ook om het voorstel opnieuw tegen het licht te houden en aan te passen voordat verdere stappen worden gezet.
Het is nog niet duidelijk of en wanneer de verplichte AOV er komt. Het uitgangspunt is dat deze er wel gaat komen.
Het nieuwe kabinet gaat de kritiek van de Raad van State bekijken.

Niet afwachten

Het is daarom goed om naar de mogelijkheden van de AOV te kijken. Vergelijk daarom alvast de verschillende AOV’s die er zijn (dekking, wachttijd, premie) en kijk welke bij je past.

Meer weten?

Wil je meer weten over de verplichte AOV en jouw mogelijkheden voor een maatwerkoplossing? Neem dan contact met ons op. Wij helpen je graag verder met advies op maat.

De zakelijke auto vanaf 2027

Stel je vanaf 2027 een zakelijke auto beschikbaar aan een medewerker die er ook privé mee rijdt, bijvoorbeeld voor woon-werkverkeer? Dan kan dat vanaf volgend jaar extra geld kosten.

Wat verandert er vanaf 2027?

Vanaf 1 januari 2027 betaal je als werkgever een extra belasting als je een zakelijke personenauto voor het eerst beschikbaar stelt aan een werknemer die de auto ook privé gebruikt. Dit geldt alleen voor auto's die niet volledig elektrisch zijn.
De extra belasting heet de pseudo-eindheffing. De heffing bedraagt per jaar 12% van de cataloguswaarde van de auto, inclusief btw en bpm.

Wie betaalt de heffing?

Je betaalt de extra belasting zelf als ondernemer, via de loonheffing. Je mag deze kosten niet doorberekenen aan je werknemer. De pseudo-eindheffing komt naast de bestaande bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak. De pseudo-eindheffing vervangt de bijtelling dus niet.

Wanneer geldt de pseudo-eindheffing?

De pseudo-eindheffing geldt zodra je een personenauto beschikbaar stelt aan een werknemer die deze ook privé mag gebruiken. Let op: ook woon-werkverkeer telt hierbij als privégebruik.

Gebruikt de werknemer de auto alleen zakelijk en is privégebruik niet toegestaan? Dan geldt de pseudo-eindheffing niet. Je moet dan wel kunnen aantonen dat de auto niet privé wordt gebruikt.

Voor welke auto's geldt de regeling?

De regeling geldt voor personenauto's die je vanaf 1 januari 2027 voor het eerst beschikbaar stelt aan een werknemer. Het gaat dus niet alleen om auto's die nieuw uit de showroom komen; ook een gebruikte auto kan onder de regeling vallen.

Overgangsregeling voor bestaande zakelijke auto's

Heb je een zakelijke auto al vóór 1 januari 2027 beschikbaar gesteld? Dan geldt een overgangsregeling. Je betaalt voor deze auto tot 1 januari 2031 geen pseudo-eindheffing.

Vervangende auto bij schade of onderhoud

Valt de elektrische auto van je werknemer uit door schadeherstel, pech of langdurig onderhoud? Dan is er misschien geen elektrische auto als vervangend vervoer beschikbaar. Daarom geldt een uitzondering: je mag dan maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen een niet-elektrische vervangende auto beschikbaar stellen zonder pseudo-eindheffing.

Tijdelijk een niet-elektrische huurauto

Soms heb je tijdelijk extra vervoer nodig, bijvoorbeeld voor een project, een drukke periode of omdat een andere auto nog niet beschikbaar is. Tot 1 januari 2031 mag je onder voorwaarden tijdelijk een niet-elektrische huurauto inzetten. Dit mag maximaal 7 aaneengesloten kalenderdagen en 1 keer per jaar per auto. Bewaar de gegevens over de huurperiode en de reden waarom je de auto nodig had.

De zakelijke auto vanaf 2027

Stelt u vanaf 2027 een zakelijke auto beschikbaar aan een medewerker die er ook privé mee rijdt, bijvoorbeeld voor woon-werkverkeer? Dan kan dat vanaf volgend jaar extra geld kosten.

Wat verandert er vanaf 2027?

Vanaf 1 januari 2027 betaalt u als werkgever een extra belasting als u een zakelijke personenauto voor het eerst beschikbaar stelt aan een werknemer die de auto ook privé gebruikt. Dit geldt alleen voor auto's die niet volledig elektrisch zijn.
De extra belasting heet de pseudo-eindheffing. De heffing bedraagt per jaar 12% van de cataloguswaarde van de auto, inclusief btw en bpm.

Wie betaalt de heffing?

U betaalt de extra belasting zelf als ondernemer, via de loonheffing. U mag deze kosten niet doorberekenen aan uw werknemer. De pseudo-eindheffing komt naast de bestaande bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak. De pseudo-eindheffing vervangt de bijtelling dus niet.

Wanneer geldt de pseudo-eindheffing?

De pseudo-eindheffing geldt zodra u een personenauto beschikbaar stelt aan een werknemer die deze ook privé mag gebruiken. Let op: ook woon-werkverkeer telt hierbij als privégebruik.

Gebruikt de werknemer de auto alleen zakelijk en is privégebruik niet toegestaan? Dan geldt de pseudo-eindheffing niet. U moet dan wel kunnen aantonen dat de auto niet privé wordt gebruikt.

Voor welke auto's geldt de regeling?

De regeling geldt voor personenauto's die u vanaf 1 januari 2027 voor het eerst beschikbaar stelt aan een werknemer. Het gaat dus niet alleen om auto's die nieuw uit de showroom komen; ook een gebruikte auto kan onder de regeling vallen.

Overgangsregeling voor bestaande zakelijke auto's

Hebt u een zakelijke auto al vóór 1 januari 2027 beschikbaar gesteld? Dan geldt een overgangsregeling. U betaalt voor deze auto tot 1 januari 2031 geen pseudo-eindheffing.

Vervangende auto bij schade of onderhoud

Valt de elektrische auto van uw werknemer uit door schadeherstel, pech of langdurig onderhoud? Dan is er misschien geen elektrische auto als vervangend vervoer beschikbaar. Daarom geldt een uitzondering: u mag dan maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen een niet-elektrische vervangende auto beschikbaar stellen zonder pseudo-eindheffing. 

Tijdelijk een niet-elektrische huurauto

Soms hebt u tijdelijk extra vervoer nodig, bijvoorbeeld voor een project, een drukke periode of omdat een andere auto nog niet beschikbaar is. Tot 1 januari 2031 mag u onder voorwaarden tijdelijk een niet-elektrische huurauto inzetten. Dit mag maximaal 7 aaneengesloten kalenderdagen en 1 keer per jaar per auto. Bewaar de gegevens over de huurperiode en de reden waarom u de auto nodig had.

Prinsjesdag 2026 voor ondernemers

Het kabinet heeft de plannen gemaakt voor het nieuwe jaar. De plannen zijn traditiegetrouw op Prinsjesdag gepresenteerd. Hieronder vind je de belangrijkste wijzigingen voor ondernemers:

  • In 2027 stijgt het tarief in de eerste belastingschijf naar 36,23% en dat geldt voor inkomens tot € 39.247. Het tarief van de tweede schijf stijgt naar 38,16% en geldt voor de inkomens tussen € 39.247 en € 78.426. Over het inkomen boven deze schijven blijft 49,50% inkomstenbelasting (IB) verschuldigd.
  • De zelfstandigenaftrek wordt verder afgebouwd en daalt naar € 900.
  • De startersaftrek wordt per 1 januari 2027 verlaagd van € 2.123 naar € 10.
  • Vanaf 2027 wordt de meewerkaftrek met 75% verlaagd. Vanaf 2030 verdwijnt de meewerkaftrek helemaal.
  • Het percentage van de mkb-winstvrijstelling blijft in 2027 gelijk aan 2026: 12,7%.
  • De schijfgrens en het tarief van de vennootschapsbelasting wijzigen niet in 2027.
  • Vanaf 2027 gelden in box 2 van de inkomstenbelasting de volgende tarieven: een basistarief van 24,5% voor inkomsten tot € 69.703 (of € 139.406 voor fiscale partners) en een hoog tarief van 31% voor inkomsten daarboven.
  • Vanaf 1 januari 2027 gaat de stakingsaftrek omlaag van € 3.630 naar € 908. In 2030 verdwijnt de stakingsaftrek helemaal.
  • Voor nieuwe elektrische auto’s van de zaak geldt in 2027 een bijtelling van 20% van de catalogusprijs. Dit geldt tot een autowaarde van € 30.000. Boven dit bedrag geldt een percentage van 22%. Per 2028 wordt de korting op de bijtelling voor elektrische auto’s afgeschaft.
  • Vanaf 1 januari 2027 komt er een extra belasting als een zakelijke personenauto voor het eerst beschikbaar gesteld wordt aan een werknemer die de auto ook privé gebruikt. Dit geldt alleen voor auto's die niet volledig elektrisch zijn. De extra belasting heet de pseudo-eindheffing. De heffing is per jaar 12% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm) van de auto.
  • Het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) wordt verhoogd van 40% naar 45,5%.

Let op!! Het is mogelijk dat er nog wijzigingen optreden.

Prinsjesdag 2026 voor ondernemers

Het kabinet heeft de plannen gemaakt voor het nieuwe jaar. De plannen zijn traditiegetrouw op Prinsjesdag gepresenteerd. Hieronder vindt u de belangrijkste wijzigingen voor ondernemers:

  • In 2027 stijgt het tarief in de eerste belastingschijf naar 36,23% en dat geldt voor inkomens tot € 39.247. Het tarief van de tweede schijf stijgt naar 38,16% en geldt voor de inkomens tussen € 39.247 en € 78.426. Over het inkomen boven deze schijven blijft 49,50% inkomstenbelasting (IB) verschuldigd.
  • De zelfstandigenaftrek wordt verder afgebouwd en daalt naar € 900.
  • De startersaftrek wordt per 1 januari 2027 verlaagd van € 2.123 naar € 10.
  • Vanaf 2027 wordt de meewerkaftrek met 75% verlaagd. Vanaf 2030 verdwijnt de meewerkaftrek helemaal.
  • Het percentage van de mkb-winstvrijstelling blijft in 2027 gelijk aan 2026: 12,7%.
  • De schijfgrens en het tarief van de vennootschapsbelasting wijzigen niet in 2027.
  • Vanaf 2027 gelden in box 2 van de inkomstenbelasting de volgende tarieven: een basistarief van 24,5% voor inkomsten tot € 69.703 (of € 139.406 voor fiscale partners) en een hoog tarief van 31% voor inkomsten daarboven.
  • Vanaf 1 januari 2027 gaat de stakingsaftrek omlaag van € 3.630 naar € 908. In 2030 verdwijnt de stakingsaftrek helemaal.
  • Voor nieuwe elektrische auto’s van de zaak geldt in 2027 een bijtelling van 20% van de catalogusprijs. Dit geldt tot een autowaarde van € 30.000. Boven dit bedrag geldt een percentage van 22%. Per 2028 wordt de korting op de bijtelling voor elektrische auto’s afgeschaft.
  • Vanaf 1 januari 2027 komt er een extra belasting als een zakelijke personenauto voor het eerst beschikbaar gesteld wordt aan een werknemer die de auto ook privé gebruikt. Dit geldt alleen voor auto's die niet volledig elektrisch zijn. De extra belasting heet de pseudo-eindheffing. De heffing is per jaar 12% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm) van de auto.
  • Het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) wordt verhoogd van 40% naar 45,5%.

Let op!! Het is mogelijk dat er nog wijzigingen optreden.

Wie draait op voor de kosten van een zakelijke fout?

Voor zzp'ers en MKB-ondernemers is aansprakelijkheid een van de grootste financiële risico's. Een onoplettendheid op de werkvloer of een inhoudelijke misstap in je dienstverlening kan leiden tot schadeclaims die het voortbestaan van je onderneming direct kunnen bedreigen. Je privévermogen of de reserves van je bedrijf zijn zelden groot genoeg om zulke claims zelf op te vangen.

Zakelijke aansprakelijkheid?

Om dit risico af te dekken, is het belangrijk om het verschil te kennen tussen de twee belangrijkste vormen van zakelijke aansprakelijkheid: bedrijfsaansprakelijkheid en beroepsaansprakelijkheid. De termen lijken sterk op elkaar, maar de inhoud is heel verschillend. Daarom zijn het twee verschillende verzekeringen. Een veelgemaakte denkfout is dat je met één verzekering overal voor bent verzekerd. Dit kan leiden tot niet-verzekerde claims met grote financiële gevolgen.

De bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB)

De bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering is de basisverzekering voor elke onderneming. Deze polis richt zich op de risico's die ontstaan door je fysieke aanwezigheid en de algemene bedrijfsvoering, van jezelf, je medewerkers of de producten die je levert.

De AVB dekt de financiële gevolgen als je onderneming wettelijk aansprakelijk wordt gesteld voor schade die je tijdens het werk aan anderen hebt veroorzaakt. Het gaat dan om letselschade, zoals lichamelijk letsel of gezondheidsschade bij klanten, voorbijgangers of je eigen personeel, inclusief de kosten voor medische behandeling, revalidatie en smartengeld. Daarnaast dekt de AVB materiële schade: fysieke beschadiging, vernieling of verlies van spullen die van iemand anders zijn.

De beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV)

De beroepsaansprakelijkheidsverzekering is speciaal bedoeld voor ondernemers die adviseren, ontwerpen, programmeren of andere specialistische, intellectuele diensten leveren. Hier draait het niet om fysiek handelen, maar om de inhoudelijke kwaliteit van je werk.

De BAV dekt de schade die ontstaat door intellectuele fouten, nalatigheden of verkeerde adviezen. De kern van deze verzekering is zuivere vermogensschade: puur financieel nadeel dat een klant lijdt, zonder dat er sprake is van fysiek letsel of materiële schade. Denk aan misgelopen winst, extra gemaakte kosten of misgelopen subsidies door een tekortkoming in je dienstverlening.

Het verschil in het kort

De AVB dekt schade door onhandigheid of materiële gebreken, oftewel schade aan personen en spullen. De BAV dekt schade door inhoudelijke tekortkomingen, oftewel schade voor de financiële gevolgen voor je klant.

Persoonlijk advies

Wil je weten of jouw onderneming voldoende beschermd is tegen de gevolgen van een zakelijke aansprakelijkheid? Neem dan gerust contact met ons op. We denken graag met je mee over de mogelijkheid die het beste bij jouw situatie past.

Wie draait op voor de kosten van een zakelijke fout?

Voor zzp'ers en MKB-ondernemers is aansprakelijkheid een van de grootste financiële risico's. Een onoplettendheid op de werkvloer of een inhoudelijke misstap in uw dienstverlening kan leiden tot schadeclaims die het voortbestaan van uw onderneming direct kunnen bedreigen. Uw privévermogen of de reserves van uw bedrijf zijn zelden groot genoeg om zulke claims zelf op te vangen.

Zakelijke aansprakelijkheid?

Om dit risico af te dekken, is het belangrijk om het verschil te kennen tussen de twee belangrijkste vormen van zakelijke aansprakelijkheid: bedrijfsaansprakelijkheid en beroepsaansprakelijkheid. De termen lijken sterk op elkaar, maar de inhoud is heel verschillend. Daarom zijn het twee verschillende verzekeringen. Een veelgemaakte denkfout is dat u met één verzekering overal voor bent verzekerd. Dit kan leiden tot niet-verzekerde claims met grote financiële gevolgen.

De bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB)

De bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering is de basisverzekering voor elke onderneming. Deze polis richt zich op de risico's die ontstaan door uw fysieke aanwezigheid en de algemene bedrijfsvoering, van uzelf, uw medewerkers of de producten die u levert.

De AVB dekt de financiële gevolgen als uw onderneming wettelijk aansprakelijk wordt gesteld voor schade die u tijdens het werk aan anderen hebt veroorzaakt. Het gaat dan om letselschade, zoals lichamelijk letsel of gezondheidsschade bij klanten, voorbijgangers of uw eigen personeel, inclusief de kosten voor medische behandeling, revalidatie en smartengeld. Daarnaast dekt de AVB materiële schade: fysieke beschadiging, vernieling of verlies van spullen die van iemand anders zijn.

De beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV)

De beroepsaansprakelijkheidsverzekering is speciaal bedoeld voor ondernemers die adviseren, ontwerpen, programmeren of andere specialistische, intellectuele diensten leveren. Hier draait het niet om fysiek handelen, maar om de inhoudelijke kwaliteit van uw werk.

De BAV dekt de schade die ontstaat door intellectuele fouten, nalatigheden of verkeerde adviezen. De kern van deze verzekering is zuivere vermogensschade: puur financieel nadeel dat een klant lijdt, zonder dat er sprake is van fysiek letsel of materiële schade. Denk aan misgelopen winst, extra gemaakte kosten of misgelopen subsidies door een tekortkoming in uw dienstverlening.

Het verschil in het kort

De AVB dekt schade door onhandigheid of materiële gebreken, oftewel schade aan personen en spullen. De BAV dekt schade door inhoudelijke tekortkomingen, oftewel schade voor de financiële gevolgen voor uw klant.

Persoonlijk advies

Wilt u weten of uw onderneming voldoende beschermd is tegen de gevolgen van een zakelijke aansprakelijkheid? Neem dan gerust contact met ons op. We denken graag met u mee over de mogelijkheid die het beste bij uw situatie past.

Als ondernemer een pensioen opbouwen

Een AOW-uitkering is voor de meeste mensen niet toereikend om zorgeloos van te leven. Daarom is het slim om op tijd na te denken over een aanvulling op je pensioen. Er zijn meerdere mogelijkheden. Welke voor jou het beste is, hangt af van je persoonlijke situatie en wat je later wilt kunnen doen.

Een deel van de ondernemers kiest er bijvoorbeeld voor om bij een meevaller extra af te lossen op de hypotheek. Zo dalen de maandlasten en bouw je via je woning alvast een buffer op voor later.

De jaarruimteregeling: wat houdt het in?

Met de jaarruimteregeling kun je als ondernemer gericht extra pensioen opbouwen. Je zet dan jaarlijks tot een bepaald bedrag opzij op een pensioenrekening, bijvoorbeeld een lijfrente of een bankspaarrekening die daarvoor bedoeld is. Dat opgebouwde bedrag ontvang je later, meestal vanaf je pensionering, in termijnen terug.

Hoeveel je maximaal mag inleggen, hangt af van je belastbaar inkomen en het pensioentekort dat je het jaar ervoor had. Nog een pluspunt: je mag zelfs tot vijf jaar na je AOW-leeftijd blijven inleggen. Dat geeft je extra ruimte om je pensioen naar eigen inzicht op te bouwen.

Fiscaal interessant

Wat deze regeling extra aantrekkelijk maakt: het bedrag dat je inlegt, mag je aftrekken van de belasting. Pas wanneer de bank of verzekeraar het gespaarde bedrag aan je uitkeert, betaal je belasting. Omdat je na je pensioen vaak in een lagere belastingschijf valt, kan dat per saldo voordelig uitpakken.

Ook telt het opgebouwde bedrag niet mee als vermogen bij de Belastingdienst, waardoor je er geen vermogensrendementsheffing over betaalt. Let wel op: je kunt het bedrag meestal niet in één keer opnemen. De uitkering moet verspreid worden over minimaal vijf jaar.

Terugwerkende kracht

Overweeg je om je jaarruimte te benutten? Laat je dan eerst goed adviseren, zodat je de vorm kiest die aansluit bij jouw situatie. Handig om te weten: heb je in voorgaande jaren geen gebruikgemaakt van de jaarruimte? Dan kun je dit met terugwerkende kracht over de afgelopen tien jaar alsnog doen.

Meer weten?

Heb je vragen over de jaarruimte of wil je weten hoe je het beste je pensioen kunt opbouwen? Neem gerust contact met ons op. We denken graag met je mee over de mogelijkheden die bij jou passen.

Als ondernemer een pensioen opbouwen

Een AOW-uitkering is voor de meeste mensen niet toereikend om zorgeloos van te leven. Daarom is het slim om op tijd na te denken over een aanvulling op uw pensioen. Er zijn meerdere mogelijkheden. Welke voor u het beste is, hangt af van uw persoonlijke situatie en wat u later wilt kunnen doen.

Een deel van de ondernemers kiest er bijvoorbeeld voor om bij een meevaller extra af te lossen op de hypotheek. Zo dalen de maandlasten en bouwt u via uw woning alvast een buffer op voor later.

De jaarruimteregeling: wat houdt het in?

Met de jaarruimteregeling kunt u als ondernemer gericht extra pensioen opbouwen. U zet dan jaarlijks tot een bepaald bedrag opzij op een pensioenrekening, bijvoorbeeld een lijfrente of een bankspaarrekening die daarvoor bedoeld is. Dat opgebouwde bedrag ontvangt u  later, meestal vanaf uw pensionering, in termijnen terug.

Hoeveel u maximaal mag inleggen, hangt af van uw belastbaar inkomen en het pensioentekort dat u het jaar ervoor had. Nog een pluspunt: u mag zelfs tot vijf jaar na uw AOW-leeftijd blijven inleggen. Dat geeft u extra ruimte om uw pensioen naar eigen inzicht op te bouwen.

Fiscaal interessant

Wat deze regeling extra aantrekkelijk maakt: het bedrag dat u inlegt, mag u aftrekken van de belasting. Pas wanneer de bank of verzekeraar het gespaarde bedrag aan u uitkeert, betaalt u belasting. Omdat u na uw pensioen vaak in een lagere belastingschijf valt, kan dat per saldo voordelig uitpakken.

Ook telt het opgebouwde bedrag niet mee als vermogen bij de Belastingdienst, waardoor u er geen vermogensrendementsheffing over betaalt. Let wel op: u kunt het bedrag meestal niet in één keer opnemen. De uitkering moet verspreid worden over minimaal vijf jaar.

Terugwerkende kracht

Overweegt u om uw jaarruimte te benutten? Laat u dan eerst goed adviseren, zodat u de vorm kiest die aansluit bij uw situatie. Handig om te weten: hebt u in voorgaande jaren geen gebruikgemaakt van de jaarruimte? Dan kunt u dit met terugwerkende kracht over de afgelopen tien jaar alsnog doen.

Meer weten?

Hebt u vragen over de jaarruimte of wilt u weten hoe u het beste uw pensioen kunt opbouwen? Neem gerust contact met ons op. We denken graag met u mee over de mogelijkheden die bij u passen.