Terug naar hoofdinhoud

Kwestie: Gaat de belastingdruk per 2028 in box 3 nu echt zo enorm omhoog?

De aandacht voor de nieuwe belastingwet die in 2028 in moet gaan, lijkt wat af te nemen. Dat merken wij ook in onze adviespraktijk. Dit komt omdat de Eerste Kamer vindt dat deze wetgeving opnieuw naar de tekentafel moet en mensen de uitkomst even afwachten. Maar uitstel hoeft geen afstel te betekenen. De Eerste Kamer kijkt vooral of de wet juridisch goed in elkaar steekt. Veel kritiek van professionals was eveneens gericht op zwakke juridische punten. Veel beleggers hadden daarnaast vooral kritiek op de toename van de belastingdruk. Gaat die belasting inderdaad zo veel omhoog?

Het huidige percentage van de belastingdruk is 36 procent en het nieuwe percentage blijft 36 procent. Het percentage zou je dus nu al hoog kunnen noemen. Beleggers hebben vooral kritiek op de overgang van een vast, verondersteld rendement van 6 procent naar belasting op het daadwerkelijk behaalde rendement. Dit percentage was vroeger fictief 4 procent en is de laatste jaren al gestegen naar 6 procent, wat op zich al een verhoging van de belastingdruk op vermogen was. Nu we naar het werkelijke rendement gaan, zal de eerste reactie zijn dat alle rendementen boven de 6 procent nadelig uitpakken. Maar dat ligt wat genuanceerder.

Ik zag een berekening –gemaakt met behulp van kunstmatige intelligentie– die uitging van een gemiddeld rendement van 6 procent per jaar. Bij dit soort rendementen loop je risico en kun je dus ook verlies lijden. De schrale troost is dat je die verliezen mag verrekenen. Stel, je belegt 200.000 euro en je hebt een paar slechte jaren, dan is verliesverrekening ineens heel relevant. Een rendement van 6 procent gaat doorgaans gepaard met schommelingen van 11 procent. Deze volatiliteit is een maat voor het beleggingsrisico. Dit scenario werd 10.000 keer doorgerekend voor een jaar. Daaruit bleek dat rendementen tussen de 7 en de 8 procent nog steeds vergelijkbaar in belastingdruk uitpakten als binnen het huidige stelsel, vanwege die verliesverrekening.

Beleggers zijn optimistisch en denken altijd een hoger rendement te halen met weinig verliezen, maar dat is niet realistisch. Veel mensen komen niet eens boven de 6 procent per jaar uit. Ze spreiden hun risico over verschillende beleggingen en houden daarnaast ook een deel in spaargeld aan. De meeste beleggers hebben de laatste jaren mooie rendementen gehad, maar het is niet logisch om jaar in jaar uit zulke resultaten te halen. Beleggers die structureel boven de 9 procent per jaar zitten, vormen een minderheid. Veel beleggers gedragen zich eerder als gokkers en doen zo veel transacties dat de transactiekosten het rendement al drukken. Door emoties als hebzucht en angst doen ze het vervolgens nog slechter. De vuistregel is dat dit gemiddeld een 3 procent lager rendement oplevert dan bij beleggers die kopen, vasthouden en echt voor de lange termijn beleggen.

Uiteraard is deze wet vooral bedoeld om extra belastinginkomsten te genereren. Voor veel mensen zal de belastingdruk niet enorm toenemen. Alleen voor een kleine groep met structureel hoge rendementen zal de impact echt fors merkbaar zijn.