Ondernemer en pensioenopbouw: een fundamentele weeffout
De box 3-discussie laait al jaren op, en vanaf 2028 verandert het systeem ingrijpend. Er komt belasting op deels niet-gerealiseerde rendementen. De kritiek daarop is begrijpelijk — over rechtvaardigheid en uitvoerbaarheid valt veel te zeggen.
Maar wat in die discussie nauwelijks aan bod komt, is iets fundamentelers: de manier waarop Nederland omgaat met de vrijheid van ondernemers om zelf vermogen op te bouwen voor de toekomst.
Wie kiest voor ondernemerschap, kiest bewust voor risico, eigen regie en verantwoordelijkheid voor de uitkomst. Dat wordt fiscaal ook erkend — aan de inkomenskant. Maar zodra diezelfde ondernemer nadenkt over zijn toekomstige inkomen, houdt die erkenning abrupt op.
Voor werknemers is er een collectief pensioenstelsel. Voor ondernemers bestaat in theorie de lijfrente als fiscaal vriendelijk alternatief. Maar in de praktijk is dat een product met stevige beperkingen: het vermogen zit vast, de uitkeringsvorm ligt vooraf vast, en de toegang tot het kapitaal is beperkt. Fiscaal is dat te verdedigen. Maar het schuurt met waar ondernemerschap over gaat: zelf bepalen hoe je met kapitaal omgaat, wanneer je risico neemt, en hoe je jouw levensloop inricht.
Veel ondernemers willen die regie niet alleen bij het verdienen van inkomen, maar ook bij het opbouwen van toekomstig vermogen. Niet om alles direct vrij te kunnen besteden, maar simpelweg om dezelfde vrijheid te houden die zij in hun werk hebben.
Met de nieuwe box 3-systematiek wordt de ruimte daarvoor alleen maar kleiner. Vrije vermogensopbouw buiten pensioenstructuren wordt zwaarder belast, en de scheiding tussen "gefaciliteerd pensioenvermogen" en "al het andere" wordt scherper. Voor wie buiten het collectieve stelsel valt, betekent dat minder speelruimte — juist op het moment dat de overheid meer zelfredzaamheid van diezelfde groep verwacht.
In andere landen bestaat meer ruimte tussen die twee werelden. Frankrijk kent de assurance-vie: fiscaal voordelig, gericht op lange termijn, maar met behoud van flexibiliteit en toegang tot het vermogen. Geen volledig vrij systeem, maar ook geen strikt pensioenproduct. Die middenpositie is precies wat het interessant maakt — het combineert opbouw, fiscale prikkels en eigen regie in één structuur.
Zo'n hybride model bestaat in Nederland niet. En dat is de eigenlijke weeffout.
Het probleem is niet dat er geen pensioenoplossingen zijn voor ondernemers. Het probleem is dat de fiscale ruimte voor zelfstandige, flexibele vermogensopbouw voor de toekomst steeds smaller wordt. Een denkrichting zou kunnen zijn: een vrij pensioenvermogen binnen box 3 met fiscale demping, waarbij opbouw vrij blijft, belasting pas bij opname plaatsvindt, en flexibiliteit behouden blijft binnen heldere kaders.
Ondernemerschap wordt in Nederland fiscaal vooral erkend aan de inkomenskant. Aan de vermogenskant blijft die erkenning grotendeels uit. En precies daar zit de spanning die steeds zichtbaarder wordt.